Informatiekunde - Bachelor (vanaf academisch jaar 2003/2004)

In de opleiding Informatiekunde staan de ontwikkelingen in de digitale samenleving centraal. Hierbij gaat het vooral om de vraag: hoe kun je een computerprogramma zó ontwerpen, dat dit optimaal is afgestemd op de context (de menselijke gebruiker en de organisatie) waarin het moet worden ingezet? Naast de nodige basiskennis op het gebied van informatica, mens en organisatie biedt deze opleiding een kennismaking met verschillende toepassingsgebieden.

In de loop van je studie volg je een aantal cursussen die elk bijdragen an één of meer van de hieronder beschreven doelen. Je studieprogramma geeft jaar voor jaar aan welke verplichte cursussen je volgt. Voor dit curriculum zijn studieprogramma's uitgewerkt voor een studie begonnen in één van deze jaren: 2003 2004 2005 2006. Omdat het een blik in te toekomst is, onder voorbehoud van eventuele wijzigingen in komende jaren.

Subject van verandering en bestendiging
71 ec
We leven in een wereld die zich razendsnel ontwikkelt, en de technologie ontwikkelt zich mee. Welke aspecten zijn bij de ontwikkelingen in de digitale samenleving betrokken? Je verdiept je in alle belangrijke onderwerpen van de informatiekunde: technologie, mensen, organisaties, informatie en kennis over systemen.
Proces van verandering en bestendiging
41 ec
Hoe kun je er als informatiekunde voor zorgen dat de ontwikkelingen van technologie en de menselijke en organisatorische context goed op elkaar blijven afgestemd? Hiervoor moet je niet alleen kennis hebben over wat er verandert. Je moet ook meer begrijpen van het veranderingsproces. Welke processen spelen een rol bij het creëren, veranderen en in stand houden van onderdelen van de digitale samenleving? Hoe gaan die processen in hun werk? Je besteedt zowel aandacht aan het kunnen uitvoeren van dergelijke processen, als aan het redeneren over deze processen en hun samenhang.
Grondslagen
23 ec
Hoe beschrijf je aspecten van computersystemen zo precies mogelijk? Hoe kun je daar formeel over redeneren? Hoe bewijs je dat iets correct is? Hoe kun je computers hiervoor inzetten? Deze component omvat de noodzakelijke theoretische verdieping die je in staat stelt op een abstracter niveau met de geleerde kennis en vaardigheden om te gaan.
Toepassingsgebieden
21 ec
Je maakt kennis met een scala aan toepassingsgebieden van de Informatiekunde. Voorbeelden zijn: Medische Informatiekunde, Kennis- en Informatiemanagement, Juridisch kennisbeheer, Taal- en Spraaktechnologie en Cognitiewetenschap (Artificiële Intelligentie). In het eerste jaar volg je een oriënterend vak waarin diverse toepassingsgebieden de revue passeren; in het tweede en derde bachelorjaar heb je 4 blokken van 6 ec om je verder te specialiseren in één of (maximaal) twee van deze toepassingsgebieden.
Onderzoek en reflectie
18 ec
In elk studiejaar besteed je aandacht aan onderzoek en reflectie. In het eerste en tweede jaar doe je dat in een vak waarin je door middel van een project de stof uit het desbetreffende jaar integreert. In het derde jaar schrijf je je bachelorscriptie.
vrije ruimte
6 ec
Een bachelorvak te kiezen in de vrije ruimte
Contactuur
0 ec
Contacturen met studieadviseur

Hier vind je voor < 2017/2018 > opgegeven literatuur per cursus.