I00029 (I00029)
Domeinmodellering*
< 2006/2007 > 18-09-2006 t/m 13-01-2007 (25-01-2007) H
Informatica - Bachelor (2003) Gegevens: Informatie- en kennissystemen (2 ec) Omgeving (4 ec)
Informatiekunde - Bachelor (2003) Subject van verandering en bestendiging (6 ec)
omvang
6 ec (168 uur) : 60 uur plenair college, 0 uur groepsgewijs college, 0 uur computerpracticum, 68 uur 'droog' practicum, 0 uur gesprekken met de docent, 0 uur onderling overleg met medestudenten (werkgroepen, projectwerk e.d.), 40 uur zelfstudie
investering
6 ec * 28 u/ec + #std * (1 + 6ec * 0.75 u/student/ec)
inzet tentatief

examinator
afdeling
tijdbesteding

prof. dr. ir. Theo van der Weide
das
350u.

speciale web-site

 

In this course students will get a deep understanding of conceptual modeling, and will be able to transform an ORM-model into a computational environment in general, and a relational database structure and SQL in particular. This too will be related to the Unified Modeling Language UML.

Leerdoelen

After this course the student

  1. can explain what a model is.
  2. can explain the ORM normalform for natural language sentences, and can transform a sentence into this normalform.
  3. can systematically derive a conceptual model from a structured domain description.
  4. can explain how the conceptual language Lisa-D is derived, and can express conceptual operations in terms of this language.
  5. has a base understanding of formal reasoning in Lisa-D and can apply this for simple systems.
  6. can transform a conceptual model and its conceptual operations into a relational database structure and SQL.
  7. can explain how the action-oriented approach generalizes the fact-oriented approach.
  8. has a basic understanding of UML, and knows how to apply conceptual modeling during UML.

Onderwerpen

The course is organized in 3 blocks:

  1. Modeling
    • Domain modeling is introduced as an activity that tries to describe how people communicate in some universe of discourse. The students learn how a controlled language approach helps to make an initial structuring.
    • Sentences from the controlled language are analyzed for concepts, leading to an overall description of concepts and their relations. This is called the conceptual schema, also referred to as a domain ontology. The students get concrete hands on experience in ORM modelling.
    • The conceptual schema is seen as an information grammar. It is discussed how this grammar is the base for a conceptual domain language: Lisa-D.
    • Students learn how to formulate domain properties and conceptual information system operations in terms of Lisa-D. It is also discussed how Lisa-D can be used to formally prove properties of the underlying application domain.
    • As an information system creates a shadow world of the universe of discourse, special attention is paid to the required relation between the formal and informal world.
  2. Transforming
    • In this block the students will learn the principles of SQL as a general foundation to build information systems.
    • The students will learn syntax and get a clear impression of the semantics.
    • Students learn how the conceptual schema can be transformed into a relational model in SQL. They also learn how, in terms of this transformation, the conceptual information system operations (Lisa-D) can be transformed into SQL-statements.
    • Students learn when a conceptual ORM schema can be transformed into an 'optimized schema' and how to execute this.
    • They will be trained in constructing SQL queries in non-trivial cases. The technique of working with refinements is a basic tool, that also gives a clue to reason about the correctness of a query.
    • The students get concrete hands on experience from an concrete SQL system.
  3. Behavior
    • In this block we first discuss the Unified Modeling Language UML, and show how conceptual modeling explains submodels of UML formally and also gives a concrete assist for the construction of these submodels.
    • In conceptual modeling, we have used a fact-oriented approach. In this block we will discuss how this can be generalized into an action-oriented approach.
    • Especially we will discuss the nature and construction of the Object-Life model.

Toelichting

This course covers an important prerequisite in the information system life-cycle where the intention is to obtain an (agreed) understanding of a given domain. In this course, students will be taught to demarcate a domain and identify its ontology, i.e. a specification of its conceptualization comprising the core concepts in the domain, their mutual relations and the laws (constraints) governing their behavior.

Students will learn the language SQL, and how this ontology is transformed into SQL.

A larger case will learn how this is applied in real applications.

Werkvormen

In dit college wordt gebruik gemaakt van de interactieve collegevorm, afgewisseld met terugkoppelbijeenkomsten.

Het vak is georganiseerd in een drietal blokken (zie bij de onderwerpen). Elk blok wordt afgesloten met een deeltoets.

Verder bieden het 2e en 3e blok de kans om een frisse herstart te maken.

Elke week staat een bepaald thema centraal.

Als die week een opgave heeft, dan wordt deze uitgedeeld op maandag. De vrijdag daarop om uiterlijk 15.00 uur moet de uitwerking in de inleverbak (5e verdieping) ingeleverd zijn. Het college daarna wordt het resultaat hiervan bekend gemaakt. Deze ('gewone') opgaven worden individueel gemaakt en ingeleverd.

Bij het college hoort een casus, die gedurende het gehele semester doorloopt, en gestructureerd is via deelopdrachten. Aan de casus(deel)opdrachten wordt in groepjes van 3 personen gewerkt. Per deelopdracht verrichten de deelnemers de volgende activiteiten:

  1. Vooraf wordt per deelopdracht een werkplanning gemaakt voor wie wanneer wat gaat doen. Ook wijst de groep roulerend aan iemand de rol van woordvoerder toe, die op plenaire bijeenkomsten het woord zal voeren en de groeps-deelproducten toelicht en verdedigt. In de planning wordt expliciet vermeld, wie voor die deelopdracht de rol van woordvoerder heeft.
  2. Uiterlijk de donderdag van de eerste deelopdracht-week wordt de werkplanning ingeleverd in de DM-postbus [dus niet 'er op'].
  3. Een [roulerend] groepslid maakt verslag van de onderlinge besprekingen, met daarin de werkafspraken.
  4. De gehele groep werkt aan het uitvoeren van de deelopdracht. Op het einde wordt [uiteraard vóór het verstrijken van de dead line] het groepsproduct ingeleverd. Daarbij behoort ook een evaluatie te zitten over o.a. naleven van de werkplanning, leermomenten, wat zou je een volgende keer anders doen, e.d.

Vereiste voorkennis

geen.

Tentaminering

Het eindtentamen bestaat uit 3 onderdelen, elk corresponderend met een deeltentamen.

Vrijstellingsregeling

  1. Deze regeling treedt pas in werking bij een voldoende eindresultaat voor de casus.
  2. Als je een deeltentamen gehaald hebt (resultaat tenminste 6), dan hoef je het betreffende onderdeel op het tentamen niet te maken, en krijg je voor dat onderdeel het cijfer van het deeltentamen. Maak je het onderdeel echter wel, dan vervalt het cijfer van het deeltentamen.
Het gemiddelde van de 3 onderdelen is de tentamen-uitslag. De tentamenuitslag is de basis voor de einduitslag.

Bijtelregeling
Er zijn een tiental individueel te maken opdrachten.

Is de tentamenuitslag voldoende (>= 6), dan wordt deze gecorrigeerd met de resultaten van de opdrachten en casusonderdelen:

  • een met 'goed' (>= 8) beoordeelde opgave leidt tot een bijtelling van 0.1 punt,
  • een 'voldoende' (6 of 7) beoordeling levert bijtelling noch aftrek op,
  • bij een 'onvoldoende' (<6) beoordeling is er een aftrek van 0.1 punt,
  • bij een nsi-beoordeling is er een aftrek van 0.2 punt. Zon nsi wordt ook gegeven voor uitwerkingen die teveel op elkaar lijken&

Beoordeling casus
Er zijn een aantal casus-deelopdrachten, die in groepjes van 3 personen (waarbij de rol van woordvoerder op plenaire bijeenkomsten roulerend is) gemaakt moeten worden.

Het eindcijfer voor casus is het gemiddelde van de beoordelingen van de verschillende casusonderdelen

De vrijstellingsregeling wordt slechts toegepast indien de casus een voldoende eindbeoordeling (>= 6) heeft.

Het eindcijfer
Het eindcijfer wordt als volgt verkregen:

  1. Als tentamencijfer < 6: eindcijfer = tentamencijfer (naar beneden afgerond)
  2. Als tentamencijfer >= 6: eindcijfer = tentamencijfer gecorrigeerd met bijtelregeling
Hertentamen
De vrijstellings- en bijtelregeling regeling geldt niet voor het hertentamen.

Combinatiemogelijkheden

This course is a part of the DaVinci series of courses.

Literatuur

Bij dit vak wordt materiaal verstrekt via het Blackboard.


Evaluatie: studentenquêtes ; geen docentevaluatie bekend Rendement: 88 begonnen, 76 echt meegedaan, 57 geslaagd met 1e kans, 64 geslaagd totaal
Q: