I00150 (I00150)
Onderzoeksmethoden*
< 2006/2007 > 04-09-2006 t/m 23-01-2007 (30-01-2007) H
Informatiekunde - Bachelor (2003) Grondslagen (3 ec)
Informatiekunde na het HBO (2003) Schakelvakken (3 ec)
omvang
3 ec (84 uur) : 44 uur plenair college, 0 uur groepsgewijs college, 0 uur computerpracticum, 0 uur 'droog' practicum, 0 uur gesprekken met de docent, 6 uur onderling overleg met medestudenten (werkgroepen, projectwerk e.d.), 34 uur zelfstudie
investering
3 ec * 28 u/ec + #std * (1 + 3ec * 0.15 u/student/ec)
inzet tentatief

examinator
afdeling
tijdbesteding

prof. dr. Erik Barendsen
sws
80u.

speciale web-site
/E.Barendsen/onderwijs/onderzoeksmethoden/

 

Deze cursus gaat over het voorbereiden en het uitvoeren van onderzoek. We vatten de term 'onderzoek' daarbij breed op:

  • problemen signaleren, analyseren en oplossen
  • aan de hand van een precies geformuleerde onderzoeksvraag
  • uitgevoerd met verantwoorde methoden
  • zodanig dat het resultaat betrouwbaar is.

Wat is wetenschappelijk onderzoek? Hoe kom je van een een vaag probleem tot een goede onderzoeksvraag? Hoe gaan academici bij onderzoek te werk? Wat is eigenlijk 'academisch'? Aan de hand van deze vragen gaan we in deze cursus samen op verkenning.

We werpen een kritische blik op voorbeelden van onderzoek en verslaggeving daarover in de media. Je leert eigen onderzoek op te zetten en enkele veelgebruikte methoden toe te passen.

Leerdoelen

Na afloop van deze cursus kunnen de deelnemers:

  • onderzoeksvragen formuleren;
  • operationaliseren; de termen 'conceptueel model' en 'empirisch model' hanteren;
  • professionele criteria aangeven voor ontwerp en uitvoering van onderzoek; deze criteria toetsen in praktijksituaties; kritisch reflecteren op (publicaties over) onderzoek;
  • veelgebruikte methoden voor dataverzameling en -analyse beschrijven, aangeven in welke situaties ze toepasbaar zijn en hoe valkuilen te vermijden zijn;
  • enkele methoden voor kwalitatief onderzoek toepassen, zoals documentanalyse;
  • veelgebruikte begrippen uit de kwantitatieve analyse herkennen en hun onderlinge samenhang verklaren;
  • literatuur zoeken met professionele hulpmiddelen, literatuurbeschrijvingen opstellen;
  • een onderzoeksplan opstellen volgens een professioneel format.

Onderwerpen

Onderzoek: criteria voor onderzoeksvragen, criteria voor de uitvoering van onderzoek. De wetenschappelijke wereld: mores, publicaties, standaarden, literatuur zoeken, bibliotheek. Operationaliseren: domein, variabelen, relaties, meetniveaus, conceptuele en empirische modellen. Dataverzameling: kwalitatieve en kwantitatieve methoden, selectie van onderzoekseenheden, vragenlijsten, interviews, experimenten. Data-analyse: kwalitatieve en kwantitatieve methoden, kwalitatieve tekstanalyse. Onderzoeksplan: professionele standaarden. Wetenschapsfilosofie.

Werkvormen

Een deel van de cursus is taakgestuurd ingericht, met een cyclus van oriëntatie (hoorcolleges), oefening en zelfstudie (casusbesprekingen en leertaken) en nabespreking (responsiecolleges). Verder werk je in de loop van de cursus aan een onderzoeksplan.

De nabespreking van leertaken is een belangrijke gelegenheid om feedback te krijgen op je werk en ideeën. Daarnaast krijg je regelmatig individueel commentaar op (deel)producten die leiden tot je onderzoeksplan. Je levert een bijdrage aan deze feedback aan medestudenten in speciale sessies waarin je oefent met de professionele wetenschappelijke criteria.

Vereiste voorkennis

De studenten kunnen:

  • schriftelijk en mondeling helder formuleren;
  • teksten schrijven in adequaat Nederlands;
  • elementen van de taal van propositie- en predicatenlogica herkennen in natuurlijke taal (zoals in de cursus Formeel denken en de parallel te volgen cursus Beweren & bewijzen);
  • in redeneringen de elementaire stappen onderscheiden (zoals in de cursus Formeel denken en de parallel te volgen cursus Beweren & bewijzen).

Tentaminering

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling moet je actief hebben deelgenomen aan de responsiecolleges en feedbacksessies. De toetsing bestaat uit twee onderdelen:

  • een theorietoets over methodologie;
  • je onderzoeksplan.

Het cijfer voor de toets moet minstens 5,5 zijn. (Zo niet, dan is je eindcijfer meteen 4, of je toetscijfer ingeval dat lager is.)

Als de beoordeling van de toets minstens 5,5 is, kan het toetscijfer het eindresultaat gunstig beïnvloeden! Dat wil zeggen: je eindcijfer is het maximum van het cijfer van onderzoeksplan en het gewogen gemiddelde van toetsresultaat (25%) en onderzoeksplan (75%).

Bij de aanvang van de cursus maken we nadere afspraken over de organisatie van de toetsing.

Combinatiemogelijkheden

Bij het volgen van (Master)cursussen komt het van pas dat je onderzoekscomponenten en academische kenmerken kunt herkennen. Bovendien vormt deze cursus een voorbereiding op eigen onderzoek in de bachelorscriptie en het afstudeerproject.

Literatuur

J. Segers, Methoden voor de maatschappijwetenschappen, Van Gorcum, Assen, 2002. ISBN 90 232 3341 7.


Evaluatie: studentenquêtes ; geen docentevaluatie bekend Rendement: 40 begonnen, echt meegedaan, geslaagd met 1e kans, geslaagd totaal
Q: