IPI001 (IPI001)
Introductie Informatica en Informatiekunde*
< 2008/2009 > 01-09-2008 t/m 14-09-2008 () H
omvang
3 ec (84 uur) : 0 uur plenair college, 0 uur groepsgewijs college, 0 uur computerpracticum, 0 uur 'droog' practicum, 0 uur gesprekken met de docent, 0 uur onderling overleg met medestudenten (werkgroepen, projectwerk e.d.), 0 uur zelfstudie
investering
3 ec * 28 u/ec + #std * (1 + 3ec * 0.15 u/student/ec)

docent
afdeling
tijdbesteding

prof. dr. Erik Barendsen
sws
0u.

docent
afdeling
tijdbesteding

dr. Stijn Hoppenbrouwers
sws
0u.

docent
afdeling
tijdbesteding

dr.ir. Erik Poll
dis
0u.

speciale web-site
https://lab.cs.ru.nl/algemeen/III:Introductie_Informatica_en_Informatiekunde

 

Een kennismaking met universitaire Informatica en Informatiekunde aan de hand van het stapsgewijs ontleden en bekijken van computernetwerken en hun gebruik. Na afloop kun je uiteenlopende fenomenen in de vakgebieden herkennen en verklaren, en bijbehorende wetenschappelijke onderzoeksvragen daaraan relateren. Verder maak je kennis met de NIII-onderwijsomgeving: je kunt actief deelnemen aan diverse onderwijsvormen en technische hulpmiddelen hanteren.

Leerdoelen

  • Netwerken

    Aan het einde van de eerste dag kunnen de deelnemers onder de aanname dat men computers en computerapplicaties kan maken die doen wat ze moeten doen

    • aangeven hoe informatiestromen door een netwerk van zender naar ontvanger geleid worden,
    • en welke talen daarbij een rol spelen,
    • uitleggen hoe het internet werkt (url, html, browser, packet switching, multiplexing, ip-adres, tcp/ip, communicatieprotocol, representatie)
    • netwerken van organisaties, personen en computers analyseren en beschrijven: welke soort knoop, welke soort verbinding (analoog/digitaal, medium, protocol, multiplexing, richting) en welke informatie (codering, compressie, inhoud),
    • de rol van een technisch netwerk in een groter geheel aangeven (abstractie van plaats, tijd en vorm; informatieuitwisseling en acties).

    De volgende doelen zullen nog iets worden aangepast m.b.t. informatiekunde.

  • Computers
    Aan het einde van de tweede dag kunnen de deelnemers
    • de onderdelen van een computer benoemen en hun doel uitleggen (cpu, geheugen, periferie, communicatiekanalen),
    • hiĆ«rarchische netwerken analyseren en beschrijven (een computer blijkt bij het openen van de doos eigenlijk een computernetwerk te zijn: modem, videokaart, etc.), alsmede onder de aannames dat men
    • programmeerbare computers kan maken
    • voor elk gewenst doel een programma kan schrijven
    • op 1 computer een willekeurig aantal programma's quasi parallel kan laten draaien
    • aangeven hoe informatiestromen door een functioneel netwerk van programma's geleid worden (representatie, conversie, standaardrepresentatie, functioneel netwerk, hierarchische decompositie),
    • aangeven wat in principe gebeurt als een gebruiker met een computer werkt (applicaties, multiplexing, gebruikersinterface, codering, window-manager, configuratie, plugin),
    • de beginselen van representatie (ongecomprimeerd) van tekst, beeld en geluid uitleggen,
    • en schattingen voor de nodige hoeveelheid informatie maken en verantwoorden op basis van de eigenschappen van menselijke zintuigen,
    • uitleggen wat het principe van datacompressie is.
  • Besturingssystemen
    Aan het einde van de derde dag kunnen de deelnemers onder de aanname dat men programmeerbare computers kan maken
    • in een zeer eenvoudige machinetaal programmafragmenten voor kleine berekeningen schrijven,
    • stap voor stap aangeven hoe een machine zulke programmafragmenten verwerkt,
    • aangeven hoe een machineprogramma in het geheugen van de computer terecht komt en wat daartoe nodig is (loader, disk-driver, bestandenbeheer, finder, compiler, boot),
    • uitleggen hoe multiprogramming werkt en wat de rol van de verdeler is,
    • aangeven volgens welk interface verdeler, processen en periferie met elkaar communiceren.
  • Talen
    Aan het einde van de vierde dag kunnen de deelnemers
    • formele talen herkennen: verkeerslichten, verkeersborden, bestek, militaire commando's, programmeertalen, grafische programmeertalen, etc.,
    • het verschil tussen formele talen en natuurlijke taal aangeven (eenduidige semantiek),
    • de begrippen syntaxis en semantiek correct gebruiken en aan de hand van voorbeelden uitleggen,
    • de definitie geven van de begrippen vertaling, interpretatie, virtuele machine,
    • in deze termen beschrijven hoe een machineprogramma in de computer terecht komt,
    • eenvoudige bootstrapprocessen formeel beschrijven,
    • het verschil tussen declaratieve specificatie en operationele structuur uitleggen en teksten dienovereenkomstig classificeren.
  • Hardware
    Aan het einde van de vijfde dag kunnen de deelnemers
    • beschrijven hoe een cpu een machineprogramma verwerkt (instructiecyclus, program counter, arithmetiek),
    • uitleggen dat een cpu niet meer is dan een machine die cyclisch steeds dezelfde Boolesche functie berekent (geheugen+input->geheugen'+output),
    • uitrekenen hoeveel functies van n Boolesche ingangen naar m Boolse uitgangen er zijn,
    • bewijzen dat elke van deze functies als logische formule geschreven kan worden,
    • voor zeer eenvoudige problemen (wijnvullerij) de nodige formule bepalen,
    alsmede onder de aanname dat men schakelelementen voor logische voegwoorden (en, of, niet) kan maken
    • voor elke Boolse formule een machine kan maken die deze realiseert.

Toelichting

Deze cursus vormt het begin van de opleiding en vult de eerste twee weken van het eerste semester.

Week 1. Van buiten naar binnen wordt een computernetwerk ontleed tot op het niveau van bits en elektronische schakelingen. Elk van de vijf werkdagen van de eerste week wordt besteed aan een andere schil van de "ui", 's ochtends in de vorm van een college met demonstraties en discussie, waarna de studenten in de middag in een practicum de besproken systeemaspecten zelf onderzoeken.

Week 2. Op dezelfde manier worden de professionele activiteiten van de informaticus en informatiekundige ontleed.

Vereiste voorkennis

N.v.t. omdat dit vak aan het begin van de opleiding staat.

Tentaminering

op basis van een portefolio, deelname aan de discussies en een afsluitende essay

Literatuur

Geen, er is toch geen tijd om iets te lezen. Het gaat om meedenken en doen. Een casus wordt op papier uitgedeeld. Documentatie op WWW.


Evaluatie: studentenquêtes ; geen docentevaluatie bekend Rendement: begonnen, echt meegedaan, geslaagd met 1e kans, geslaagd totaal
Q: